Home » Magazine Artikels » Finland Artikels » Lapland, het oneindig witte paradijs print deze pagina

Lapland, het oneindig witte paradijs

Lapse wigwam

Finland is een paradijs voor snowmobilers. Regelmatig komen we tegenliggers tegen. Niet alleen toeristen. Voor de Finnen is het een normaal vervoermiddel. Er is zelfs een speciaal wegennet voor aangelegd, inclusief verkeersborden en …

alcoholcontroles. De vergezichten zijn waanzinnig mooi. Nog een tip: zet tijdens het rijden nooit je voet op de sneeuw. Die neiging heb je automatisch als je, rijdend door de zachte sneeuw, lichtjes begint te hellen. Wie dan een steuntje met zijn voet zoekt, zal merken dat sneeuw niet glijdt, met op z’n minst een behoorlijke spierverrekking tot resultaat. Omvallen met je snowmobile is geen enkel probleem. De begeleider trekt hem wel weer in het juiste spoor. Na een uurtje voelen we ons al zo zeker dat we op een bevroren meer, waar tenslotte geen bomen staan, eens even goed gas geven. De teller trilt over de zeventig kilometer per uur. Even later houden we halt bij een ‘teepee’, de wigwam van de Lappen. Het is tijd voor de lunch. In deze contreien betekent dat bijna altijd vissoep, rendiervlees of zalm. Het eten wordt klaargemaakt boven een groot open vuur, midden in de tent. De rook verdwijnt door een gat in de nok. De teepee is vrij groot, ik schat toch zeker dat de doorsnede een meter of tien is. Terwijl wij onze handen verwarmen aan de soepkom, vertelt de begeleider dat hij hier zomers met toeristen naar goud zoekt. ‘De grootste goudklomp van Finland is in deze buurt gevonden’, beweert hij, ‘die woog 392 gram’.

Met de huskies

In Saariselkä kun je natuurlijk ook een machtig mooie tocht maken met de huskies. Meestal duurt zo’n toer een uur of twee, maar ik heb een uitnodiging gekregen voor een tweedaagse tocht vanuit Kemi, een Fins stadje aan de Botnische Golf niet ver verwijderd van de Zweedse grens. Daar, aan de rand van de bevroren zee, ontmoet ik aan het eind van de middag Ulla. Met haar zal ik de komende twee dagen samen zijn. Ieder met een eigen slee. Zij is al bezig om de honden in te spannen. Ze buitelen over elkaar heen. Ik probeer vriendelijk tegen ze te praten, maar durf ze nauwelijks te benaderen. Ulla legt uit hoe ik achter de slee op de twee glijvlakken moet staan en hoe ik moet remmen – het intrappen van een ijzeren pen tussen de glijvlakken in de sneeuw. Zij is klaar. Wij spreken af dat zij als eerste vertrekt, ik een halve minuut later.

Zodra zij weg is, zijn mijn zeven jankende honden niet meer te houden. Ik trek het touw los en zet direct mijn rechtervoet losjes op de rem. Zonder enige sturing spoeden ze zich tussen twee sneeuwhopen door, Ulla achterna. Even een moeilijke bocht, maar ik blijf gelukkig staan. Wij zijn op zee. Ulla heeft gelijk. Nu de honden rennen, geven ze geen kik meer. Opgelucht omdat de start zo goed is gegaan, kijk ik om mij heen. Het is indrukwekkend. De oneindige witte vlakte, de ondergaande zon en, op Ulla na, geen mens te zien. Ik begin te jubelen. Fantastisch om dit mee te maken. Vol bewondering kijk ik naar de honden. Hoe klein ze ook zijn, ze werken als paarden. Dat ontzag stijgt wanneer wij na een goed uur de bevroren zee verlaten en er enkele lage heuveltjes moeten worden genomen. Om de honden te helpen, wil ik afstappen, maar gelukkig voel ik net op tijd dat ik wegzak in de sneeuw. Ik moet op de slee blijven staan, anders gaan ze er zonder mij vandoor. Na de top, als we dalen, trap ik de rem weer lichtjes in. Anders gaat de slee door het gewicht sneller dan de honden en dreigen er poten te worden gebroken, ik moet er niet aan denken.

Gepost door kurt op Thursday, 3 June 2010

Nieuwsbrief ontvangen ?