
De zon steekt haar eerste stralen vlak langs een bergtop. De Wangenitzseehütte ontwaakt onder me in het gouden strijklicht, en daarvoor fluistert een stil meer, gevangen in steen. We zijn op een vierdaagse huttentocht, en dit zijn de plekken en momenten waarvoor ik dit soort reizen maak.
© Gijs Hardeman

© Gijs Hardeman
De bus dropte ons op de eerste dag in Winklern, en na een korte maar steile hike arriveerden we bij de Winklerner Hütte. Priska runt deze hut al veertien jaar en staat samen met haar kelnerin Sigrid druk Knödel te kneden voor morgen. Het werk gaat van vroeg tot laat door, maar: “Ik vind het hier fijner dan beneden. De mensen zijn open, blij, gelijk en allemaal sportief.” Zo is het maar net. De volgende ochtend zadelen we vroeg op. We lopen over weelderige, glooiende alpenweides met dik gevulde dennenbomen. De enige zichtbare levende wezens zijn schapen, een kudde paarden en nieuwsgierige koeien. Langzaam wandelen we uit het groen naar het grijs en bruin. Van gras naar steen. De tweede hut is intussen ook vlakbij. De Wangenitzseehütte maakt een grootse entree. Over een kammetje, langs een houten kruis, openbaart de hut zich tussen sliertige wolken, achter een bijna vijftig meter diepe, blauwe See. Ze wordt geflankeerd door de Feldkopf (2717 m) en de Petzeck (3283 m). Deze plek voelt ver weg van de bewoonde wereld. Gezien de grootte en de hoeveelheid mensen die binnendruppelen valt dat in de praktijk wel mee, maar toch – wat een fijne stek. Na het eten schuif ik aan bij Claudia, de huttenwaardin. Tijdens haar spaarzame pauze vertelt ze over de geschiedenis van de hut en haar Nederlandse invloeden: “Mijn ouders hebben deze hut in 1980 gepacht. Ik bracht de zomers hier door met mijn zussen en broer. In 2004 heb ik samen met mijn man Franz – die ooit als gast binnenstapte en nooit meer wegging – de hut overgenomen. Wist je trouwens dat dit ooit een Nederlandse hut was? De hut is na de Tweede Wereldoorlog afgebrand en daarna door twee Nederlandse verenigingen herbouwd: de KNAV (Koninklijke Nederlandse Alpen Vereniging) en de NBV (Nederlandse Bergsport Vereniging). In 2009 is de hut voor een symbolische euro verkocht aan de Section Lienz van de ÖAV (Österreichischer Alpenverein). Het was een paar jaar onzeker wat er met de hut zou gebeuren, maar het is goed gekomen. Gelukkig. Want hier ligt mijn hart.”

© Gijs Hardeman
De volgende dag nemen we de Niedere Gradenscharte richting de Adolf Noßberger Hütte. Volgens onze onlinebron heeft deze route twee bijzondere Schmankerl – wat zoveel betekent als lekkernijen: de Eissee en de Keeskopf. Maar voordat we daar zijn, wandelen we eerst een pittige klim omhoog langs de Hoher Perschitzkopf en de Weißwandspitze, die we op 2800 meter onderdoor kruisen. Vegetatie is er nauwelijks meer; we lopen tussen stenen, rotsen en enkele stalen kabels om je aan vast te houden op korte steile stukken. Het is bloedheet, zwaar werk, en hier vinden we precies die pittige vakantie-uitdaging die we zochten.
Eenmaal aangekomen bij de Eissee nemen we een duik in het ijskoude water, dat op een steenworp afstand wordt gevoed door een sneeuwveld in de schaduw. Het water doet haar naam eer aan. Boven ons torent de Keeskopf, die andere Schmankerl, met een top op 3081 meter. We verstoppen de rugzakken, nemen alleen het broodnodige mee en beginnen aan de klim. Die lijkt ver en lang, maar blijkt verrassend snel te gaan. Het laatste stuk is weer spannend – met een stalen kabel als handvat naar de top. Boven wacht ons het eerste zicht op de Adolf Noßberger Hütte, die prachtig ligt tussen azuurblauwe meren.

© Gijs Hardeman
Vanaf het terras van de hut zien we de zon langzaam achter de bergen zakken, terwijl ze warme kleuren werpt over de wanden links en rechts van ons. De sfeer is hier het best te omschrijven als locker. “Stressfreie Zone,” staat ook treffend op een bordje. Uitbater Christian is een jonge gast, maar runt de hut al elf jaar. Zijn staf, Janik en Lea, zijn twee vrienden van dezelfde leeftijd die een paar maanden in de bergen verblijven. “De Heidelbärschmarren gaan uitstekend bij het grote glas Weißbier”, grapt Janik, de vrolijke noot van het stel. “We gaan trouwens wat later eten vanavond, dan kunnen we allemaal nog even genieten van de zonsondergang”, en het drietal neemt ook plaats naast haar gasten in de zon.

© Gijs Hardeman
Meer informatie
Wij verbleven in de provincie Kärnten in het plaatsje Heiligenblut IMG_2213 ™IMG_2266 met prachtig uitzicht richting de Großglockner en vlakbij Nationalpark Hohe Tauern. We sliepen in Panoramahotel Lärchenhof. IMG_2266 In het dorp staat het Haus der Steinböcke, een informatief museum over de flora en fauna van de regio.
Heiligenblut.at
Kaernten.at
Nationalpark-hohetauern.at
Hotellaerchenhof.at
Huttentocht
Dag 1 Winkler (900 m) – Winklerner Hütte (1890 m)
Dag 2 Winklerner Hütte (1890 m) – Wangenitzseehütte (2503 m)
Dag 3 Wangenitzseehütte (2503 m) – Adolf Noßberger Hütte (2483 m)
Dag 4 Adolf Noßberger Hütte (2490 m) – Großkirchheim (1060 m)
De routes zijn ook te vinden via www.alpenvereinaktiv.com
